
Draadloze technologie via Bluetooth
Dit apparaat voldoet aan de Bluetooth-specificatie 1.1 die de
volgende profielen ondersteunt: Headset Profile, Handsfree Profile,
Object Push Profile, File Transfer Profile en Dial Up Networking Profile.
Gebruik door Nokia goedgekeurde toebehoren voor dit model als u
verzekerd wilt zijn van compatibiliteit met andere apparatuur die
Bluetooth-technologie ondersteunt. Informeer bij de fabrikanten van
andere apparatuur naar de compatibiliteit met dit apparaat.
Op sommige plaatsen gelden beperkingen voor het gebruik van
Bluetooth-technologie. Raadpleeg de lokale autoriteiten of serviceprovider voor meer
informatie.
Als functies gebruikmaken van Bluetooth-technologie of als dergelijke functies op de
achtergrond worden uitgevoerd terwijl u andere functies gebruikt, vergt dit extra
batterijcapaciteit en neemt de levensduur van de batterij af.
Bluetooth-technologie maakt draadloze verbinding tussen elektronische
apparaten mogelijk binnen een bereik van maximaal 10 meter. Een Bluetooth-

63
Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.
verbinding kan worden gebruikt voor het verzenden van afbeeldingen, videoclips,
tekst, visitekaartjes en agendanotities. U kunt via Bluetooth ook een draadloze
verbinding tot stand brengen met compatibele apparaten die Bluetooth-
technologie gebruiken, zoals computers. Niet alle computers die Bluetooth-
technologie gebruiken, zijn echter compatibel.
Een Bluetooth-verbinding instellen
1. Selecteer
Menu
>
Instellingen
>
Connectiviteit
>
Bluetooth
.
2. Selecteer
Bluetooth
>
Aan
om de Bluetooth-functie te activeren.
3. Selecteer
Zoeken naar audiotoebehoren
om te zoeken naar compatibele
Bluetooth-audioapparaten en selecteer het apparaat dat u met de telefoon
wilt verbinden, of selecteer
Gekoppelde apparaten
om te zoeken naar
Bluetooth-apparaten binnen het bereik. Als de lijst leeg is, selecteert u
Nieuw
om alle Bluetooth-apparaten binnen het bereik weer te geven. Ga naar een
apparaat en selecteer
Koppeln
.
4. Voer het Bluetooth-wachtwoord van het apparaat in om het apparaat af te
stemmen op ('koppelen') en verbinden met de telefoon. Start daarna de
bewerking met het apparaat. U hoeft dit wachtwoord uitsluitend op te geven
wanneer u het apparaat voor het eerst aansluit.